De regels van ’t kofschip
Kent u ’t kofschip nog? Het is een bekend ezelsbruggetje om te bepalen hoe de onvoltooid verleden tijd en het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden volgens de Nederlandse spelling geschreven dienen te worden. Een voorbeeld hiervan is ‘kruisen’. De stam van kruisen is ‘kruis’ (dus zonder z!). De s is een stemloze medeklinker. Daarom komt er een t achter, evenals alle andere medeklinkers uit ‘t kofschip. In de verleden tijd kruisten is daarom de eveneens stemloze t juist. In het voltooid deelwoord gekruist komt de t ook terug. Voorbeeld: ‘Zij hebben de degens gekruist.’ Zie ook wikipedia voor meer uitleg.



